Reacties van lezers op Burt 88 (Themaboekje Spoorlijn)

      Reacties uitgeschakeld voor Reacties van lezers op Burt 88 (Themaboekje Spoorlijn)
Thema nummer Spoorlijn

Thema nummer Spoorlijn

Ons thema nummer over de  Spoorlijn heeft een heleboel leuke reacties en aanvullingen opgeleverd.
Teveel om dit allemaal te vermelden in de eerstvolgende Burt.
Daarom laten we ze hier even allemaal op een rijtje zien.

Wim van Wezel
Een goed idee van onze Rien van der Veeke de wachtposten en andere
constructies in Hooge en Lage Zwaluwe rondom Het Halve Zolenlijntje in beeld te brengen. Dankzij de auteurs en samenstellers Dick Verbruggen en Anton Domenie.
Ik zag in een grote Boekhandel aan het Spui in Den Haag enkele boeken liggen over Het Halvezolenlijntje – De Langstraatspoorlijn van Lage Zwaluwe naar ‘s-Hertogenbosch (1866-2011). Je ogen zijn gericht op Lage Zwaluwe en wat
doe je dan, je koopt het.
Langs de hele lijn kwamen prachtige architectonische gebouwen; en wat is er
nog van over! Het station van Lage Zwaluwe mocht er ook wel zijn. Bij het
station hoort een locomotief; op de volgende mail uit het boek ‘geplukt’.
Bovengenoemde foto is zelfs tweemaal te vinden in het boek;Op het Centraal
Station (vroeger Staatsspoor) vertrekken Sprinters naar Lage Zwaluwe en op
het andere Haagse station Hollands Spoor, wordt Lage Zwaluwe gemeld als
tussenstation.
In mijn periode van voorzitterschap heb ik het idee gehad een locomotief,
tender en een rijtuig te huren van de Stoom Stichting Nederland te
Rotterdam.De heer Kanters van wegrestaurant aan de rijksweg, had er ook wel
oor naar voor zijn relaties. Het plan is niet verder uitgewerkt; de kosten
zijn aan de hoge kant; je huurt niet alleen de rijtuigen, maar ook betaal je
voor de infrastructuur. Ik zag het al voor me, een stoomlocomotief. We
hadden ook contact met de Heemkundekring te Oosterhout. We hadden het spoor
niet gevolgd voor de technische mogelijkheden. Ik heb nu geen enkel idee of
er een rit mee te maken is. Hoe kwam ik erop door een keer een
stoomlocomotief te zien rijden passerend station Hooge Zwaluwe.

In het spoorwachtershuisje aan de Spoorstraat te Hooge Zwaluwe, ben ik een
paar keer in geweest, toen Peter Paardekooper en Henriette Buijs daar
woonden. Peter was de redacteur van De Burt en lid van het Bestuur en ook
daar, want het ging om beurten, werden de bestuursvergaderingen gehouden.
In dit speciale boekje van De Burt komt de geschiedenis dichterbij van de
betrokkenheid van de bewoners in Hooge en Lage Zwaluwe.
De beschrijvingen van de bouwconstructies zijn interessant en de eigen
verhalen van de Zwaluwnaren.
Dank jullie wel en tot een volgende maal.

Met vriendelijke heemkundegroeten,
Wim van Wezel
Den Haag

Dick Heil
Ik heb de Burt aangaande de ons aller bekende spoorweg van A tot Z gelezen.
Het is een mooi artikel geworden.
En er stond nogal wat in, wat ik zeker niet wist
Mijn waardering voor de mooie uitgave.

Dick Heil

Louw Eijben
Langs deze weg wil ik de redactie van De Burt mijn complimenten geven voor de uitstraling en de inhoud.
Het verhaal wat Dick geschreven heeft, is erg goed, heel veel zaken wist ik niet.
Hij heeft enorm veel werk verzet om zo’n verhaal te kunnen schrijven.
Het blad ziet er geweldig goed uit.

M.vr.gr.
Louw Eijben

Teun Baggerman
In de Burt van november 2016 die ik heb ontvangen staat een mooi artikel over de Langstraatspoorlijn
Een ding is mij tegengevallen, dat bij het m.i. in dit verband overbodige stukje geloof.
Als eerste voorbeeld aangehaald werd als scheiding der zielen, de fanfare (geen harmonie) Concordia. Dat Concordia daar nooit wat mee te maken wilde hebben en zijn best deed om muziek te maken voor het hele dorp zal ik proberen duidelijk te maken.
Vanaf de oprichting 1923 tot ongeveer 1985 (het verkeer maakte het op straat marcheren vrijwel onmogelijk) heeft Concordia tweemaal per jaar een muzikale wandeling over het dorp gemaakt. Tot in de jaren zeventig werd om beurt het café den Brouwer en café Verwater als keerpunt gehouden; als we tot de Brouwer waren geweest gingen we op terugweg bij café Goverde aan, als we tot café Verwater waren geweest gingen we bij café Rademaker.
Teun Baggerman. 67 jaar lid van Concordia

Julien (Mariman)
Altijd fijn weer een exemplaar van een nieuw heemkundeblad uit onze regio te ontvangen. Zeker als het gaat om schrijvers die ik goed ken en  een onderwerp dat ook mijn belangstelling heeft.
Jullie hebben een mooi boekje uitgegeven waaraan heel wat onderzoekswerk vooraf is gegaan. Daarvoor mijn complimenten.

Enkele inhoudelijke opmerkingen:
– In 2002 hadden wij hier in Made inderdaad een lezing over de Langstraatspoorlijn, maar deze werd verzorgd door Jacob Veen. De auteur van het artikel in De Dongebode. Marius Broos deed dit in 2014 ook nog een keer over.
– De door jullie goed opgemerkte bocht in het tracé te Hooge Zwaluwe hebben we te danken aan pastoor Klijsen. Deze eerste pastoor van de Willibrordus parochie berichtte daarover in 1877 aan de bisschop: “Volgens uwen raad hebben wij ons bij zijne aankomst te Geertruidenberg tot den Hoofd Ingenieur van den nieuwen Spoorweg gewend om de rigting niet door onzen tuin te krijgen; met dit goed gevolg, dat hij ons, na een vriendelijk antwoord en persoonlijk bezoek, de beste belofte deed; en de Ingenieur heeft zijn woord gehouden, want volgens de baken zal het spoor niet ten Zuiden maar ten Noorden achter het Kerkhof het terrein van de kerk doorsnijden….”. ( uit Jan Buitkamp, De katholieke kerk van Hooge Zwaluwe, pagina 27)
– op bladzijde 39 geven jullie een verklaring van de naam HOGRO. Staan de eerste twee letters niet voor H. Olthof? Die heeft overigens tot najaar 1953 met zijn gezin nog kort in de bovenwoning van het stationsgebouw gewoond.
– uit jullie beschrijving van dit stationsgebouw blijkt maar weer dat Hooge Zwaluwe in de negentiende eeuw een flink, voornaam dorp was dat meetelde. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Made en Raamsdonksveer waar de trein aan voorbij reed. Ter illustratie voeg ik in de bijlage de digitale versie van het artikel dat ik daarover in 2010 in onze De Klok schreef.
– Goed ook dat jullie de beide “Wimmen” interviewden. Nu kan het nog en leg je hun getuigenis voor latere tijden vast. Dat de versies niet volledig hetzelfde zijn is voorspelbaar.

Groet,
Julien (Mariman)

Kees van den Bosch
Gaarne maak ik mijn compliment voor de prachtige en goed gedocumenteerde uitgave 88 over de Langstraatspoorlijn. Een goed verhaal met alle details, die van belang zijn. Ik heb er van genoten. Ik heb nog wel enkele kanttekeningen gemaakt en ervaringen weergegeven, die op bijgevoegde bijlage zijn vermeld:

BIJLAGE: Als eerste nog een herinnering aan een reis, die ik als kind, zo tussen 1945 en 1950, heb gemaakt met de personentrein vanaf Hooge Zwaluwe naar Drimmelen om daar mijn tante Pietje te bezoeken.
Het waren nog vooroorlogse rijtuigen, getrokken door een stoomlocomotief, met kleine gesloten coupés met aan weerskanten, althans in de tweede of derde klas, houten banken en een middenpad en uiteraard aan beide kanten deuren bij elke coupé.
Leuk vond ik ook het verhaal op blz 35/36 over mijn grootvader Gerrit Vos, die op 18 oktober 1929 opdracht kreeg 85 stuks dode eiken te vervangen door Hollandse eiken en de garantstelling voor het aanslaan van de bomen.
Ten aanzien van het gestelde op blz. 41 over de fietspaden langs de spoorlijn, kan ik nog een persoonlijke ervaring vertellen.
Van het fietspad langs de spoorlijn vanaf Geertruidenberg naar Hooge Zwaluwe maakte ik nog wel eens gebruik toen ik verkering kreeg met mijn vrouw, die tot 1954 met haar ouders in Geertruidenberg woonden.
In de tijd, dat er geen treinen meer reden, zo rond 1953, fietste ik wel eens langs dat gedeelte spoorlijn, wanneer ik de afstand wilde bekorten om op tijd thuis te zijn. Normaal fietste ik altijd over Made en langs Statendam.
Ook hij had mijn fietslicht gezien en op een avond , toen het ook knap donker was nam ik weer eens het pad langs de spoorlijn vanaf Geertruidenberg, wetend dat het eigenlijk niet mocht, maar ja, je doet wat.
Toen ik Drimmelen was gepasseerd zag ik toch een lichtje in de verte, waarschijnlijk van ook een fietser, die mogelijk mijn richting op kwam. Weet je wat, dacht ik, ik zet een poosje mijn fietslicht uit. Van tegenover gestelde kant zag ik ook geen licht meer, maar toch bleef ik maar zonder licht fietsen met flink de gang er in.
Toen plotseling een schim, een fietser, een klap en daar rolden we beiden van de spoordijk met onze fietsen in de kreukels. Gelukkig krabbelden we weer overeind, zonder noemenswaardige verwondingen, maar wel met fietsen, die niet meer te berijden waren. Dus lopend naar huis, de fiets meeslepend.
De fietser van tegenovergestelde zijde, die verkering had in onze omgeving, maar woonde in Geertruidenberg deed wel ook hij had gedacht, ik zet mijn licht maar uit, vandaar deze botsing. Ik was al aardig dicht bij huis, maar hij moest nog een lange afstand lopen naar Geertruidenberg.
Zeer interessant is het verhaal over de beschieting van de geparkeerde trein op blz. 67 e.v.
De Engelse jagers, die dit deden, waren Spitfires en de datum, dat dit gebeurde was 13 september 1944. Mijn vader schreef daarover in zijn dagboek (jullie wel bekend) :
“Ik was in Lage Zwaluwe, ´s middags zie ik verschillende Engelse jagers Hooge Zwaluwe met boordwapens bestoken. Ik vond dit niet prettig, ik dacht natuurlijk eerst aan mijn gezin, ik loop naar het postkantoor, bel Hooge Zwaluwe op en hoor van Neeltje (zijn schoonzuster op het postkantoor), die geheel overstuur was, dat de lange dieseltrein in brand geschoten is, doch dat er geen slachtoffers te betreuren waren, alleen hadden zij veel angst uitgestaan.
’s Avonds ging ik kijken, ja het was waar, de eens zo prachtige en geriefelijke trein, was een rokende en smeulende ruïne”.
Op blz. 88 onder de kop “Het geloof ”staat iets, dat in mijn beleving niet helemaal juist is, althans niet in de naoorlogse periode. Het is op zich een juiste constatering, dat er de spoorlijn het dorp in twee delen splitste en dat dit invloed had op de samenleving, hoewel de mensen onderling goed met elkaar overweg konden. Maar het voorbeeld, dat de Harmonie Concordia de overweg niet over stak om in het katholieke deel te spelen, klopt niet.
Ikzelf liep als kind dikwijls achter de muziek aan, wanneer die lange muzikale marsen hielden. Meestal was het eindpunt café Den Brouwer in Wagenberg of het Kuscafé in de Helkant, om daar een biertje te pakken.
Dit wordt bevestigd door mijn broer Gerrit, die jarenlang tamboer-maitre is geweest van Concordia.
Uiteraard is het wel eens voorgekomen, dat men niet verder ging dan de spoorlijn, maar regel was dit niet.
Ook het verhaal van kinderen, die werden verboden van beide zijde om de overweg over te steken om met kinderen van het andere geloof te spelen is m.i. sterk overtrokken. Idem het gedeelte over de middenstand. Wij kwamen regelmatig in de bakkerswinkel van Blewanus aan de Spoorstraat om banket of krentenbollen te kopen bij Jaantje
Tot zover mijn commentaar. Dit doet verder niets af aan het goede verhaal over de spoorlijn.

Elburg, 13 januari 2017.
Kees van den Bosch.

Paul Henken
Uw e-mailadres trof ik aan achterin het laatste nummer van De Bùrt, geheel gewijd aan de Langstraatlijn.

Net als u ben ik geïnteresseerd in ‘het spoor’, daarom heb ik uw bijdrage met veel belangstelling gelezen.
Op bladzijde 103 somt u in totaal vijf niet-opgeloste vraagstukken op, waar ik u ten dele iets meer over kan vertellen.
Allereerst de vraag wanneer het stationsgebouw werd gesloopt. U geeft zelf al op bladzijde 53 het correcte jaartal 1955 op, maar het is wellicht interessant om te weten dat het bijgebouw al een jaar eerder werd afgebroken. Het eerste perron met overpad naar het tweede perron met 255 meter keerwand van metselwerk werd in april 1954 gesloopt. Het hoofdgebouw werd in die tijd verhuurd aan NV J.H. Groot à ƒ150,- per jaar.
De goederenloods verdween overigens niet pas in 1972 (bladzijde 103) maar al in 1965.
Dan zie ik de vraag waar het ‘keetje’ in Zevenbergschenhoek heeft gestaan. Wanneer u het schotbalkenloodsje bedoelt, dan is het antwoord eenvoudig: dat was er niet. Op de aanlegtekeningen van de spoorlijn is in Lage Zwaluwe (aan de Bredasche dijk) en in Hooge Zwaluwe een dergelijke bergplaats vermeld, maar niet te Zhk. Dat te Lage Zwaluwe heeft er lang gestaan, zodat ik er nog een foto van heb kunnen maken.
De laatste vraag, wanneer de luchtaanval plaatsvond, laat zich gelukkig zonder voorbehoud beantwoorden. Dit gebeurde op 13 september 1944 om ongeveer 16.00 uur. De datum is terug te vinden in mijn boek over de Langstraatlijn op bladzijde 141 en is uiteindelijk afkomstig van de NS, zoals vermeld in het standaardwerk ‘Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd 1939-‘45’ van C. Huurman.
In totaal drie treinstellen stonden te Hooge Zwaluwe opgeborgen, de diesel-elektrische vijfwagenstellen 51, 59 en 65. Twee ervan werden die middag in brand geschoten.
Nu is het nog de vraag of de verkenningsfoto van bladzijde 75 voor of na de beschieting werd genomen. Ik neig tot het eerste, want de zichtbare delen van het materieel hangen niet door en het beeld is niet diffuus door rookontwikkeling.
Nogmaals, ik heb uw verhaal met plezier gelezen; vooral de beschrijving van de bruggen rondom Hooge Zwaluwe (in mijn boek onderbelicht) en het ooggetuigenverslag van de beschieting in 1944 maken het een waardevolle aanvulling op de geschiedschrijving van de Langstraatlijn.

Vriendelijke groet
Paul Henken